donderdag 10 oktober 2019

Openbare presentaties, verzorgd door de leerlingen van het Gymnasium Aloysianum.

Bij de vertaling van de jaarbrieven zijn er interessante zaken op ons pad gekomen, die geen plaats in het boek gekregen hebben. Daar zijn verschillende redenen voor geweest: te omvangrijk of buiten het bestek van het boek vallend.

Tijdens een openbare presentatie in augustus (op een andere dag dan de toneelopvoering) lieten leerlingen horen en zien wat ze geleerd hadden bij aardrijkskunde en kosmografie (de wereldbol), geschiedenis (bijbelse, kerkelijke, klassieke en moderne), mythologie, rekenen (ook breuken en percentages).

Jaarbrief van 1755:

Ook wilde [Jacobus Johannes van Willigen] leerlingen uit de afzonderlijke klassen, die het allerbeste gepresteerd hadden bij aardrijkskunde, mythologie, kerkgeschiedenis en bijbelse geschiedenis, prijzen geven. Dit openbare optreden, waarvoor alle hoger opgeleiden uit de stad en verschillende pastoors en geestelijken van buiten gekomen waren, viel niet alleen in goede aarde, maar liet de toehoorders die zelf ook vragen stelden en de vlotte antwoorden van de jeugd niet genoeg konden prijzen, ook in verwondering achter.

Jaarbrief van 1756:
Allen hebben met vrucht en goedkeuring een kroon gezet op het schooljaar. Ze hebben een bijzonder applaus gekregen toen ze weer in het openbaar een voorbeeld van de wereldse geschiedenis hebben gegeven, en wel over Caesars oorlogen met de Helvetiërs, de Germanen en de Belgen. Hetzelfde met aardrijkskunde, wiskunde, poëzie en mythologie. Dit gold de derdeklassers. De tweedeklassers: bijbelse geschiedenis vanaf aartsvader Joseph tot koning Saul. En de eersteklassers: vanaf de schepping van de wereld tot aan aartsvader Joseph. De toeloop van hoger opgeleiden was nog groter dan het voorgaande jaar.

Jaarbrief van 1757:
We hebben volgens de gewoonte de studie van de wereldse geschiedenis en die van de bijbelse geschiedenis verdeeld over de afzonderlijke klassen. Hieraan zijn onderdelen van aardrijkskunde en wiskunde toegevoegd. In al deze vakken hebben de jongeren een glashelder voorbeeld van wetenschap gegeven onder groot applaus van de mensen van buiten.

Jaarbrief van 1758:
De schooljeugd heeft tijdens het jaar op de gewone wijze per jaarlaag een proeve van bijbelse geschiedenis, aardrijkskunde en mythologie gegeven, in het openbaar op 11 augustus, in tegenwoordigheid van verscheidene hoger opgeleiden van buiten, die hun bewondering met applaus te kennen gaven.

Jaarbrief van 1760:
... ons gymnasium Aloysianum ... bloeide ... en gaf ... ook aan het eind van het schooljaar een proeve van geschiedenis, jaartallen, wiskunde, aardrijkskunde en astronomie onder openlijke bijval van de aanwezige heren van buiten.


Elk jaar werd er een brochure gedrukt voor deze dag ('s morgens vanaf negen uur, na de lunch vanaf twee uur / mane hora nona, a prandio hora secunda). De brochures waren in het Latijn (bovenbouw) en het Duits (onderbouw) geschreven. In 1767 is de brochure helemaal in het Duits; in 1769 en 1771 compleet in het Nederlands; vanaf 1772 in het Latijn en Nederlands.
De brochures van de jaren 1755-1760 vermelden de namen van de leerlingen die de presentaties geven. Ze komen uit de naaste omgeving (Escharen, Grave, Herpen, Niftrik, Ravenstein, Schayk, Velp, Volkel, Zeeland, etc) maar ook van verder weg (Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Leiden, Nijmegen, Noordwijjkerhout, Sint Oedenrode, Osnabruck, Rotterdam, Utrecht, Xanten, Zwolle, etc).

De presentaties dienden ook de public relations: de brochure van 1767 is daar heel duidelijk in.

    Parafrase: Korte samenvatting van de wetenschappen waarop de school zich dit jaar, naast de gewone schoolvakken, heeft toegelegd. Hiervan geeft de edele, hoog-edele en uitgelezen jeugd onder leiding van de paters Jezuïeten in Ravenstein een proeve van bekwaamheid. Augustus 1767.


     Parafrase: Ons onderwijs richt zich er hoofdzakelijk op om onze jeugd niet alleen voor Latijn maar voor alle wetenschappen die normaal gesproken als zinvol en nuttig beschouwd worden, enthousiast te maken. Daarom hebben we ons toegelegd op de wereldgeschiedenis, de algemene rekenkunde en algebra, en de complete kennis van de aarde. Iedereen moet kunnen zien dat de tijd die hieraan gespendeerd is, niet ten koste gaat van het Latijn: de twee laagste klassen geven hun presentaties in het Duits en de andere in het Latijn.


Tom Gribnau heeft deze brochures gefotografeerd.
Deze foto's staan hier als pdf: kleur (624 Mb) en grijstinten (268 Mb).
Het convoluut bevindt zich nu in het BHIC.

Overzicht met de brochures. Tussen [...] het paginanummer in het pdf-bestand.
1755 [98]
1756 [100]
1757 [106]
1758 [114]
1759 [121]
1760 [129]
1761 [135]
1762 [137]
1763 [139]
1764 [141]
1765 [143]
1766 [145]
1767 [149]
1769 [153]
1771 [157]
1772 [162]
1773 []166
1774 [171]
1785 [173]
1793 [174]
1794 [178]

woensdag 2 oktober 2019

Toneelstukken, opgevoerd door de leerlingen van het Gymnasium Aloysianum (1754-1761).

HERZIENING
Een paar dagen geleden had ik een blog gepost met dezelfde titel.
Die bijdrage heb ik verwijderd omdat de tekst hieronder vollediger is.
HERZIENING

Bij de vertaling van de jaarbrieven zijn er interessante zaken op ons pad gekomen, die geen plaats in het boek gekregen hebben. Daar zijn verschillende redenen voor geweest: te omvangrijk of buiten het bestek van het boek vallend.

Toneelstukken door de leerlingen van het Gymnasium Aloysianum.
Elk jaar werd eind augustus voor een breed publiek een treurspel opgevoerd. Na afloop hiervan werden de prijsboeken (praemia, göldene Bücher) uitgereikt.

In de jaarbrieven worden de eerste 8 toneelstukken (1754-1761) genoemd. En in de loop van deze 8 jaren worden er steeds minder woorden aan gewijd. Vanaf 1762 worden de toneelopvoeringen helemaal niet meer vermeld in de jaarbrieven.
Hieronder staan de vermeldingen in de jaren 1754-1761.
Onderaan volgt een overzicht met informatie over alle toneelstukken in de periode 1754-1774 en 1777, 1782 en1785.

Jaarbrief van 1754:

Het aan het eind van het schooljaar opgevoerde toneelspel oogstte een niet alledaags applaus. Deze nieuwigheid hier op deze plek liet van overal vandaan meer mensen komen dan verwacht. Het speet ons heel erg dat de ruimte zo klein was dat ze maar een vierde deel van de mensen kon herbergen. Op het toneel werd heilige Aloysius als overwinnaar van de wereld, het vlees en de duivel opgevoerd. Elk speelde zijn personage zo goed en passend dat alle toeschouwers niet alleen vol bewondering waren, maar ook stomverbaasd waren dat ze bij jongeren, of liever kinderen, die voor het eerst op de planken stonden, een zo vlotte en sierlijke opvoering, mimiek en uitspraak zagen en hoorden.

Jaarbrief van 1755:

Op het toneel werd heilige Lucia, maagd en martelares, beschermheilige van kerk en staat, opgevoerd en dit bracht zulke emoties bij de toeschouwers teweeg, dat veel mensen overvloedig gehuild hebben.

Jaarbrief van 1756:

Ze voerden heilige Barbara, maagd en martelares, door haar eigen vader afgeslacht, op. Dit viel erg in de smaak door de spelers én door de fraaie kostumering.

Jaarbrief van 1757:

De tragedie die aan het eind van het jaar opgevoerd is, had Sapor gewaarschuwd door de engel als onderwerp

Jaarbrief van 1758:

De tragedie die op het eind van het jaar is opgevoerd, Mauritius, keizer van de Oost, is door de zeer talrijke toeschouwers met grote instemming begroet, vanwege de meesterlijke acrobatiek en vanwege de komedie die grappig gespeeld is.

Jaarbrief van 1759:

... na het einde van de tragedie Darius Codomanus, die met veel instemming opgevoerd was, ...

Jaarbrief van 1760:

De tragedie op het eind, Emmanuel Sosa, verdiende, en kreeg, applaus.

Jaarbrief van 1761:

... na het einde van de tragedie Bertulphus en Ansberta die met veel instemming opgevoerd was, ...

Elk jaar werd er een brochure gedrukt met de titel, de beschermheer/vrouwe en de korte inhoud van het stuk.
Alle brochures zijn in het Duits, behalve de compleet Nederlandstalige van 1777, 1782 en 1785 .
De titelpagina's van 1754-1760 zijn in het Latijn.
De korte inhoud van 1754 en 1755 is in het Duits en in het Latijn.
De korte inhoud van 1764-1765 en 1770-1774 is in het Duits en in het Nederlands.
In 1754-1760 is de rolverdeling met de namen van de leerlingen afgedrukt.
Vanaf 1759 zijn de toneelopvoeringen opgedragen aan de paltsgraaf, Karel Theodoor, en zijn vrouw, Maria Elisabeht. In 1754 betrof dat J.A. de Lauwere, in 1755 J.J. van Willigen, in 1756 A.J. van der Geest, in 1757 J.F. van Willigen en M.E. van Willigen - Van den Broeck en in 1758 J.P. van Speyart van Woerden en H.Th. van Speyart - Van Houml;vel.
In een aantal jaren werd er ook een blijspel opgevoerd, aansluitend aan het treurspel.

Tom Gribnau heeft deze brochures gefotografeerd.
Deze foto's staan hier als pdf: kleur (624 Mb) en grijstinten (268 Mb).
Het convoluut bevindt zich nu in het BHIC.

Overzicht met de titels van de opvoeringen. Tussen [...] het paginanummer in het pdf- bestand.

1754 [1] - Aloysius, victor mundi, carnis et daemonis
1755 [5] - Lucia, virgo et martyr
1756 [9] - Barbara, virgo et martyr a proprio parente trucidata
1757 [11] - Sapor monitus, das ist der Hochmuth Sapors gedampset
1758 [13] - Mauritius, Orientis imperator
1759 [17] - Darius Codomanus, Persarum rex
1760 [21] - Emmanuel Sosa cum Eleonora conjuge et filiis Vincentio et Bertrando
1761 [27] - Bertulfus und Ansberta. Ein wahres Muster der ehelichen Liebe
1762 [31] - Zayre und Orosman
1763 [35] - Iphigenia
1764 [39] - Banise
1765 [44] - Triumphirendes Christenthum in dem Blut-zeygen Polyeuctes
1766 [48] - Die gekrönte Unschuld in der heiligen Genoveva
1767 [52] - Esther
1768 [56] - Maximian
1769 [60] - Catharina
1770 [64] - Eustachius
1771 [68] - Sennacherib
1772 [72] - Lysimachus
1773 [76] - Cyrus
1774 [94] - Joseph

1777 [81] - Titus. Liefde en Lust van 't menschelyk Gesclagt
1782 [86] - Merope
1785 [90] - Kodrus

vrijdag 20 september 2019

Aflaten bij wijding Sint-Luciakerk (9 oktober 1735)

Bij de vertaling van de jaarbrieven zijn er interessante zaken op ons pad gekomen, die geen plaats in het boek gekregen hebben. Daar zijn verschillende redenen voor geweest: te omvangrijk of buiten het bestek van het boek vallend.

De jaarbrief van 1735 meldt:

Op de tweede zondag van oktober is de nieuwe kerk heel plechtig door de zeer aanzienlijke en eerbiedwaardige bisschop van Amyzon, wijbisschop van Luik, tevens kanunnik van de kathedrale kerk, gezegend en ingewijd. Drie dagen is hij gebleven en hij heeft vele duizenden in het geloof gevormd.

De jaarbrief van 1736 meldt:

In het jaar 1735 heeft het hele gebouw dat voor deze gemeenschap ruim en fraai genoeg is, al zo’n graad van voltooiing bereikt dat het op de tweede zondag van oktober van hetzelfde jaar door de zeer aanzienlijke Johannes Baptista Gillis, bisschop van Amyzon, wijbisschop van Luik, plechtig gewijd is ter ere van vrouwe Lucia, maagd en martelares.

Gillis heeft zelf bovenstaand attest getekend.
(Leuven, KADOC, ANSI, Jezuïeten Ravenstein, inv.nr. 5474).

Deze oorkonde is grotendeels een voorgedrukt formulier. Op opengelaten ruimtes zijn met pen de datum, de plaats, de kerk, de heiligen en verdere informatie geschreven. Wat met pen geschreven is, staat hieronder cursief.

Latijnse tekst:

Joannes Baptista Gillis Dei et Apostolicae Sedis gratia Episcopus Amyzonensis, Celsissimi Georgii Ludovici, eadem gratia Episcopi ac Principis Leodiensis, Bullonii Ducis, Marchionis Franchimontensis Comitis Lossensis, Hornensis, etcetera in Pontificalibus Vicarius Generalis, Insignis Ecclesiae Collegiatae Sancti Martini Decanus, Perillustris Ecclesiae Cathedralis Leodiensis Canonicus etcetera.

Omnibus has litteras inspecturis: Salutem in Domino. Notum facimus, Nos anno Domini millesimo septingentesimo trigesimo quinto mensis Octobris die Nona benedixisse Ecclesiam Ravensteniensem in honorem Sanctae Luciae Virginis et Martyris et Altare majus ejusdem Ecclesiae in honorem Nativitatis Beatissimae Mariae Virginis et Sanctae Luciae Virginis et Martyris, in quo Reliquias Sanctorum Martirum Pacifici et Victoris inclusimus et singulis utriusque sexus Christi fidelibus hodie unum annum et in die anniversario consecrationis hujusmodi praefatam Ecclesiam et Altare visitantibus quadraginta dies de vera Indulgentia, in forma Ecclesiae consueta concessimus et per praesentes concedimus, dictumque anniversarium dedicationis diem in Dominicam ante Nativitatem Beatae Mariae ex causis animum nostrum moventibus statuimus. In quorum fidem has manu nostra subscriptas Sigilloque nostro munitas dedimus Ravenstenii anno mense ac die supra tactis.

J.B. Gillis Epis Amyzon

De Mandato Illustrissimi ac Reverendissimi Domini mei praefati. J.B. De Larue secret

[zegel]

Nederlandse vertaling:

Jean-Baptist Gillis, bij de genade van God en van de Pauselijke Stoel bisschop van Amyzon, algemeen plaatsvervanger met betrekking tot bisschoppelijke zaken van zijne Hoogheid Georges Louis (bij dezelfde genade prins-bisschop van Luik, hertog van Bouillon, markgraaf van Franchimont, graaf van Loon en Horn etcetera), deken van de bijzondere kapittelkerk van de heilige Martinus, kanunnik van de beroemde kathedraal van Luik etcetera.

Voor iedereen die deze oorkonde zal bekijken: een groet in de Heer.
    Wij kondigen af dat wij op 9 oktober in het jaar des Heren 1735 de kerk van Ravenstein ter ere van de heilige Lucia, maagd en martelares, en het hoofdaltaar van deze kerk ter ere van de geboorte van de heilige maagd Maria en van de heilige Lucia, maagd en martelares, ingezegend hebben. In dit hoofdaltaar hebben we relikwieën van de heilige martelaren Pacificus en Victor ingesloten.
    Aan alle afzonderlijke gelovigen in Christus van beide geslachten hebben we vandaag een echte aflaat van één jaar verleend, volgens de gewone kerkelijke procedure; aan hen die op de verjaardag van deze inzegening voornoemde kerk en altaar bezoeken, staan we middels deze oorkonde een aflaat van veertig dagen toe.
    Genoemde verjaardag van de inzegening stellen we om ons moverende redenen vast op zondag vóór Maria Geboorte.
    Als bewijs hiervan hebben we deze oorkonde eigenhandig ondertekend en van ons zegel voorzien in Ravenstein op boven vermelde dag, maand en jaar.

J.B. Gillis, bisschop van Amyzon

In opdracht van mijn voornoemde aanzienlijke en eerbiedwaardige heer, J.B. De Larue, secretaris

[zegel]

dinsdag 17 september 2019

Typering van de inhoud

De achterflap draagt de volgende tekst:

Onverschrokken zetten paters jezuïeten zich gedurende vele jaren in voor de katholieke geloofsgemeenschap in Ravenstein en omgeving. Nauwgezet dienden zij de sacramenten toe en betrokken zij de gelovigen bij de eredienst. Vol overgave banden zij duivels uit en fulmineerden zij tegen de volgelingen van Calvijn. Terdoodveroordeelden troostten zij en begeleidden zij tot op het schavot. De bekering van ‘ketters’ was voor hen een erezaak. Dat alles tot meerdere glorie van God.

Om hun doel te bereiken stimuleerden zij devoties – zoals de verering van Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Lucia, Barbara en Aloysius van Gonzaga – , bevorderden zij het lidmaatschap van de Broederschap van de Zalige Dood, en organiseerden zij triomfantelijke Sacramentsprocessies. Dankzij een lucratief loterijfonds beschikten zij vanaf 1735 over een nieuwe, barokke kerk, uniek voor Nederland. Uit hetzelfde fonds kreeg Ravenstein in 1752 een gymnasium, het Aloysianum. Ieder jaar voerden de gymnasiasten een groot toneelspel op, conform de jezuïtische traditie.

Over al deze zaken, de voor- en tegenspoed daarbij, en over nog veel meer, berichtten de paters jaarlijks naar de algemeen overste in Rome. Dit boek bevat, na een voorafgaande inleiding, de integrale vertaling van de meer dan honderd brieven die de jezuïeten uit Ravenstein verstuurd hebben, tot de opheffing van hun orde in 1773.